De Munt / La Monnaie De Munt
La Monnaie
Behind the scenes
Achter de schermen van de opera

Lexicon

  • A Stagione

    (It.) ‘per seizoen’. Organisatiesysteem waarbij een operahuis een tiental opera’s per jaar programmeert. Elke productie wordt gedurende een korte periode uitgevoerd en daarna opgeheven om plaats te maken voor de volgende productie.
  • Artistiek team

    De regisseur staat niet alleen, maar wordt doorgaans omringd door een team bestaande uit een decorontwerper, een kostuumontwerper, een lichtontwerper, een videokunstenaar… Dit team werkt gedurende de hele creatie van een productie samen met de teams van de Munt. 
  • Banda

    Muziekensemble dat muziek speelt vanuit de coulissen.
  • Bezetting

    Verwijst naar de zangers en zangeressen die geselecteerd zijn voor de rollen in een opera.
  • Boogstreken

    Voor snaarinstrumenten geven deze aan hoe de strijkstok over de snaar moet worden bewogen. Symbolische aanduidingen vertellen de musicus of hij moet “duwen” of “trekken”. 
  • Castraat

    Castraatzangers waren zangers die voor hun puberteit een castratie ondergingen om hun kinderstem te behouden. Castraten waren erg in de mode in de 17e en 18e eeuw, maar deze praktijk werd volledig verboden in 1902.
  • Concertmeester

    De eerste violist van de eerste violen; deze musicus speelt de solo’s en is tevens de vertegenwoordiger van het orkest en verantwoordelijk voor de communicatie met de dirigent.
  • Cour & Jardin

    Vanuit de zaal bekeken is “côté cour” rechts van de scène, en “côté jardin” links ervan. Deze termen maken aan alle artiesten en technici duidelijk welke kant bedoeld wordt bij het zich verplaatsen, betreden en verlaten van het podium. Ze ontstonden in de 18de eeuw in het Théâtre des Tuileries in Parijs. Rechts van het toneel bevond zich de binnenplaats (cour) van het paleis en links de tuin (jardin). Een Frans ezelsbruggetje om dit te onthouden: voor wie op het podium staat, is “côté cour, côté cœur”, dus cour is daar waar het hart zit, namelijk aan de linkerkant.
  • Creatie

    Eerste publieke uitvoering van een werk.
  • Decorbouw

    De kunst en studie van het opzetten van een decor op het toneel (in nauwe samenwerking met het studiebureau en de toneelregie). 
  • Decorontwerper

    Een kunstenaar gespecialiseerd in het ontwerpen van het decor. 
  • Dirigentenpartituur

    De partituur van de dirigent, waarin alle instrumentale partijen gedetailleerd zijn weergegeven. 
  • Draaiboek

    De getimede opeenvolging van alle toneelwissels, licht- en decorwisselingen en de intredes van de zangers. Het wordt geschreven door de toneelmeesters, op basis van de partituur. 
  • Draaischijf

    Een draaiend plateau dat wordt gebruikt om het decor te laten draaien. 
  • Dynamiek

    Intensiteit van een noot of muzikale frase (van piano, zacht, tot forte, sterk, met mogelijke nuances zoals mezzo piano, fortissimo enzovoort).   
  • Enscenering

    De gehele vormgeving van alle elementen waaruit de voorstelling bestaat : spel, decors, belichting, ritme… De enscenering bepaalt het esthetische uitzicht van de voorstelling en geeft een bepaalde interpretatie van de opera weer.
  • Generale

    De laatste toneelrepetitie met orkest vóór de première, gespeeld zonder onderbreking.
  • Herneming

    Een productie die al eerder werd opgevoerd en enkele jaren later opnieuw wordt opgevoerd. 
  • In bocca al lupo

    Italiaanse uitdrukking om iemand succes te wensen (letterlijk : in de mond van de wolf!)  
  • Italiaanse schildertechniek

    Methode waarbij met lange penselen op doeken wordt geschilderd die op de grond zijn uitgespreid; dit in tegenstelling tot de “Duitse” techniek, waarbij de doeken worden opgehangen.
  • Italienne

    Muzikale repetitie met het orkest maar zonder enscenering.
  • Koor

    Een ensemble van zangers en zangeressen die samen een werk uitvoeren.
  • Manoeuvre

    Elke door de machinisten uitgevoerde handeling waardoor al dan niet zichtbaar een doek kan worden opgetrokken of een decor kan worden veranderd. 
  • Orkestbak

    Ruimte die zich voor onder het toneel bevindt en de plaats is waar het orkest tijdens een operavoorstelling plaatsneemt. 
  • Partituur

    Document waarin alle noten en aanwijzingen van een muziekstuk genoteerd staan.
  • Patina

    Schildertechniek die toestaat om een textuur na te bootsen.
  • Philippe Boesmans

    Belgische componist.
  • Pregenerale

    Toneelrepetitie met orkest, gespeeld zonder onderbreking. 
  • Première

    De eerste publieke uitvoering van een operaproductie. 
  • Regisseur

    Verantwoordelijk voor de enscenering, met een eigen visie op een opera of theaterwerk. Hij/zij coördineert alle elementen waaruit een voorstelling bestaat: het acteursspel, het decorontwerp, de belichting, het ritme…
  • Richard Wagner

    Negentiende-eeuwse Duitse componist die een ware revolutie teweegbracht in het operagenre. Enkele van zijn opera’s : Parsifal, Der Ring des Nibelungen, Tristan und Isolde.
  • Seizoen

    Een operaseizoen loopt van september tot juni. Een tiental producties worden in deze periode vertoond (waarbij elke voorstelling steeds meerdere keren gespeeld wordt).
  • Snelle decorwissel

    Een verandering van decor op het toneel die zeer snel wordt uitgevoerd. 
  • Solisten

    Zangers of muzikanten die alleen zingen of spelen (= een solo uitvoeren).
  • Stang

    Een horizontale metalen staaf boven het toneel die wordt gebruikt om decorstukken, doeken of verlichting te dragen. 
  • Tessituur

    De omvang of het bereik van de stem, van de laagste tot de hoogste noot die de stem met gemak kan zingen.
  • Toitoitoi

    Duitse uitdrukking om iemand succes te wensen voor een voorstelling. De uitdrukking ‘veel succes!’ wordt vermeden omdat dit ongeluk zou brengen.
  • Toneel-orkest

    Toneelrepetitie met orkest.
  • Toneel-piano

    Toneelrepetitie met piano.
  • Toneelinspiciënt

    Persoon die de technische organisatie van een voorstelling leidt en de schakel is tussen het artistieke en het technische team. 
  • Toneelmagazijn

    Aan weerszijden van het toneel, en onzichtbaar voor het publiek, bevindt zich de werkruimte voor inspiciënten, rekwisiteurs en zangers voordat zij het toneel opgaan. Er kunnen ook decorstukken in worden opgeborgen.
  • Toneelzolder

    Het bovenste gedeelte van de toneelruimte, waar de trekken-operators de decorelementen op en neer laten bewegen.
  • Uitgever

    Hij is verantwoordelijk voor de productie, verkoop en distributie van partituren. Beheert ook de intellectuele eigendomsrechten (auteursrechten) van composities. Het huren van een partituur bij een uitgever garandeert dat een partituur beschikbaar is die de originele versie zo dicht mogelijk benadert, zonder fouten, en met een optimale leesbaarheid. Een partituur kan evolueren naar gelang van de interpretatie en van nieuwe ontdekkingen; daarom worden sommige partituren (zelfs van de bekendste opera’s van Verdi of Mozart) regelmatig heruitgegeven.
  • Vocalise

    Zangoefening waarbij de stem melodisch beweegt op één enkele klinker.
  • voorgenerale repetitie met piano

    Generale repetitie zonder orkest.